
Een week eerder stond de geul Bouxweerd bij Buggenem nog volledig onder water. Nu de machines aan het werk zijn, is dat moeilijk voor te stellen. Vrachtwagens rijden over een baan van rijplaten die dwars door het drassige landschap loopt. Maar voordat die kunnen rijden, moet die baan er eerst liggen. En dat is precies wat Jan van der Heijden al veertig jaar bij Wetering doet. Met zijn machine is hij als eerste op het werk en baant hij zich een weg door het ongebaande terrein, zodat de rest kan volgen.
Het werk van loadermachinist
Je denkt misschien dat zijn werk klaar is als het moerassige landschap begaanbaar is, maar niets is minder waar. Het werk is dynamisch en de rijplaten schuiven mee. Althans, daar zorgt Jan voor. “Naast de platen rijden kan niet,” zegt hij nuchter. “Dan zak je meteen weg.”
Jan bepaalt zelf hoe hij de platenbaan neerlegt, zodat machines en vrachtwagens zo efficiënt mogelijk hun weg vinden. Dat vraagt inzicht en ervaring. Hij kijkt vooruit, denkt mee en zorgt dat het werk door kan. Daarbij heeft hij oog voor het terrein. “Gisteren was het hier nog een blubberzooi,” zegt hij terwijl hij over het werk kijkt. “Dan strooi je er wat overheen zodat het kan drogen. Dat het er weer netjes bij ligt, daar heb ik schik in.”
“Naast de platen rijden kan niet.”
Jan is niet alleen als eerste op het werk; hij vertrekt ook als laatste. Als het werk klaar is, ruimt hij de platenbaan weer op. Zo ziet hij het totaalplaatje.
Hoe het begon
Dat Jan uiteindelijk veertig jaar bij Wetering zou blijven, had hij zelf ook niet verwacht. In 1986 liep hij Hans van de Wetering tegen het lijf in de kroeg. Hans vroeg wat voor werk hij deed. “Op dat moment even niks,” vertelt Jan. Het antwoord kwam meteen: ze zochten nog een loadermachinist.
Veel ervaring had hij nog niet. “Ik had wel eens op zo’n ding gereden, maar dit werk met die platen is echt specifiek.” Toch besloot hij het gewoon te proberen. Na de carnaval begon hij bij Wetering. Wat begon als een kans om weer aan het werk te gaan, groeide uit tot een loopbaan van veertig jaar.
"Dat het er weer netjes bij ligt, daar heb ik schik in.”
Het bedrijf kende hij overigens al langer. Zijn vader werkte er vroeger, als één van de eerste chauffeurs. “Als we vakantie hadden, gingen Hans en ik wel eens met hem mee op de vrachtwagen,” vertelt Jan.
Van toen naar nu
In de veertig jaar dat Jan bij Wetering werkt, heeft hij het bedrijf flink zien veranderen. Toen hij begon, was alles een stuk kleiner. “Er was één kraan en één shovel,” herinnert hij zich. Ook het aantal collega’s was overzichtelijker. “Ik denk dat er toen zo’n dertig, vijfendertig man werkte.”
“Er was één kraan en één shovel.”
Vandaag de dag ziet het er heel anders uit. Het machinepark is gegroeid, het werk is sneller en efficiënter geworden en projecten zijn vaak groter. “Alles moet groter en sneller,” zegt Jan nuchter. “Maar dat komt ook omdat het materiaal steeds beter wordt.”
Toch is de basis hetzelfde gebleven: buiten werken, samen met collega’s en zorgen dat het werk goed en netjes gebeurt. Volgens Jan is dat in al die jaren nooit veranderd.
Werken bij Wetering
Werken bij Wetering betekent ruimte om je werk op je eigen manier in te vullen. Als de uitvoerder aangeeft wat er moet gebeuren, is dat voor Jan genoeg. De rest regelt hij zelf.
“Ik heb met niemand moeite. Dat is altijd zo geweest.”
Niet alleen die vrijheid, maar ook de mensen maken Wetering. Volgens Jan heeft een Wetering-collega kijk op het werk, denkt hij mee en zegt hij waar het op staat. De sfeer die er hangt speelt daarin een belangrijke rol. Vanaf het begin kon Jan goed met iedereen overweg. “Ik heb met niemand moeite. Dat is altijd zo geweest.”
Pensioen
Zijn jubileum ging niet ongemerkt voorbij. Onder het mom van een dagje weg kreeg Jan van zijn kinderen een blinddoek om in de auto. Toen die afging, stond hij ineens bij Wetering, waar zo’n vijftig tot zestig collega’s hem opwachtten. “Dat was wel even wat ja.” Met eten, drinken en een goed gevulde zaal werd er flink uitgepakt. “Feesten organiseren, dat hoef je ze hier niet te leren,” vertelt Jan.
Na veertig jaar werken komt zijn pensioen dichterbij. Jan werkt nog tot de bouwvak en draagt in de tussentijd zijn kennis over aan een nieuwe collega.
“Feesten organiseren, dat hoef je ze hier niet te leren.”
Pensioen betekent voor Jan niet stilzitten. Hij wil vaker met de motor op pad, helpt mee in de autogarage van zijn zoon en springt af en toe nog een dag bij. Eén ding weet hij zeker: “Ik ben tevreden over hoe het gelopen is. Ik zou het zo weer hetzelfde doen.”





